WEET WIE JE BENT IN JEZUS CHRISTUS! (AFFERMATIES)

HERHAAL DEZE AFFIRMATIES MET OVERTUIGING EN KRACHT!!!

 

IK BEN …..

  • Ik ben het zout der aarde (Mat. 5:13)
  • Ik ben het licht der wereld (Mat. 5:14)
  • Ik ben een kind van God (Joh. 1:12)
  • Ik ben een rank van de ware wijnstok, een kanaal voor de liefde van Christus (Joh. 15:1,5)
  • Ik ben een vriend van Jezus Christus (Joh. 15:15)
  • Ik ben  door Christus uitgekozen en aangewezen om zijn vrucht te dragen (Joh. 15:16)
  • Ik ben een dienaar van de gerechtigheid (Rom. 6:18)
  • Ik ben een zoon/dochter van God; God is mijn geestelijk vader (Rom. 8:14, Gal. 3:26; 4:6)
  • Ik ben een mede-erfgenaam van Christus en heb ik deel aan het erfgoed van Christus (Rom. 8:17)
  • Ik ben Gods tempel. Zijn geest en leven wonen in mij (1 Kor. 12: 27,  Ef. 5:30)
  • Ik heb mij aan de Heer gehecht en ben één geest met Hem (1 Kor. 3:16, 6:19)
  • Ik ben een lid van het Lichaam van Christus (1Kor. 12:27; Ef. 5: 30)
  • Ik ben  een nieuwe schepping (2Kor. 5: 17)
  • Ik ben verzoend met God en Hij heeft mij de bediening der verzoening gegeven (2 Kor. 5: 18,19)
  • Ik ben  een zoon/dochter van God en ik ben één met de andere christenen (Gal. 3:26,28)
  • Ik ben  een erfgenaam van God, omdat ik een zoon/dochter van God ben (Gal. 4:67)
  • Ik ben een heilige (Ef. 1:1; 1Kor. 1:2;  Fil. 1:2; Kol. 1:2)
  • Ik ben een maaksel van God, in Christus Jezus geschapen om zijn werk te doen (Ef. 20: 10)
  • Ik ben een huisgenoot van God (Ef. 2:19)
  • Ik ben een gevangene in de Heer (Ef. 3:1; 4:1)
  • Ik ben rechtvaardig en heilig (Ef. 4: 24)
  • Ik ben een burger van een rijk in de hemel en ik heb nu al een plaats in een van de hemelse gewesten (Fil. 3: 20; Ef. 2:6)
  • Ik ben verborgen met Christus in God (Kol. 3:3)
  • Ik ben een uiting van het leven van Christus omdat Hij mijn leven is  Kol. 3:4)
  • Ik ben door God uitverkoren, heilig en bemind (Kol. 3: 12; 1Tess. 1:4)
  • Ik ben een kind van het licht en niet van de duisternis (1Tess. 5:5)
  • Ik  heb deel aan de hemelse roeping (Heb. 3:1)
  • Ik heb deel aan Christus; ik heb deel aan zijn leven (Heb 3: 14)
  • Ik ben een levende steen en laat me gebruiken voor de bouw van een geestelijk huis (1 Petr. 2:5)
  • Ik hoor bij een uitverkoren geslacht, een koninklijk priesterschap, een heilige natie een volk God ten eigendom (1 Petr. 2: 9,10)
  • Ik ben een bijwoner en vreemdeling in deze wereld waar ik tijdelijk woon (1 Petr. 2: 11)
  • Ik ben een vijand van de duivel (1 Petr. 2: 9, 10)
  • Ik ben een kind van God, en ik zal gelijk zijn aan Christus als Hij terug komt op de aarde (1. Joh. 2: 1,2)
  • Ik ben uit God geboren, het kwaad; de duivel heeft geen vat op mij (1 Joh. 5: 18)
  • Door de genade van God ben ik wat ik ben (1 Kor. 15: 10)

 

Omdat ik in Christus ben…..

  • Ben ik rechtvaardig voor God en zijn mijn zonden vergeven (Rom. 5:1)
  • Ben ik met Christus gestorven en heerst de zonde niet meer over mijn leven (Rom. 6:1-6)
  • Wordt ik niet meer veroordeeld (Rom 8:1)
  • Heeft God mij in Christus gesteld (1Kor. 1:30)
  • Heb ik de Geest van God ontvangen, opdat ik weet wat God mij in genade schenkt( 1Kor. 2:12)
  • Heb ik de gezindheid van Christus (1Kor. 2:16)
  • Ben ik gekocht en betaald ; ik ben niet van mijzelf; ik ben van God( (1Kor. 6: 19,20)
  • Ben ik door God in Christus gezalfd en verzegeld en heb ik de Heilige Geest ontvangen, die een onderpand is van mijn erfenis (2Kor. 1:21; Ef. 1:13,14)
  • Leef ik nier meer voor mijzelf, maar voor God, omdat ik gestorven ben (2Kor. 5:14,15)
  • Ben ik rechtvaardig gemaakt (2Kor. 5:21)
  • Ben ik met Christus gekruisigd, en toch leef ik; maar niet mijn ik maar Christus leeft in mij. Mijn leven is van Christus (Gal. 2:20)
  • Ben ik gezegend met geestelijke zegeningen (Ef. 1:3)
  • Ben ik uitverkoren voor de grondlegging der wereld, op dat ik heilig en onberispelijk zou zijn voor Gods aangezicht (Ef. 1:3)
  • Ben ik door God bestemd als zijn zoon/dochter aangenomen te worden (Ef. 1:5)
  • Zijn mijn zonden vergeven en mag ik Gods overvloedige genade ontvangen
  • Ben ik mede levend gemaakt met Christus (Ef. 2:5)
  • Ben ik met Christus opgewekt en heb ik met Hem een plaats gekregen in de hemelse gewesten  (Ef. 2:6)
  • Heb ik door de Geest toegang tot de Vader (Ef. 2:18)
  • Mag ik in vrijmoedigheid, vrijheid en vertrouwen tot God naderen (Ef. 3:12)
  • Ben ik verlost van de macht van de satan en overgebracht in het koninkrijk  van Christus (Kol. 1:13)
  • Zijn al mijn zonden vergeven. Ik sta niet meer in de schuld bij God! (Kol. 1:14)
  • Woont Christus zelf in mij! (Kol. 1:27)
  • Ben ik geworteld in Christus en wordt ik opgebouwd in Hem (Kol. 2:7)
  • Ben ik geestelijk besneden (Kol. 1:27)
  • Heb ik de volheid verkregen in Christus (Kol. 2:10)
  • Ben ik begraven, opgewekt en levend gemaakt met Christus (Kol. 2:12,13)
  • Ben ik met Christus gestorven en opgewekt. Mijn leven is verborgen met Christus in God. Christus is nu mijn leven (Kol. 3:1-4)
  • Heb ik een geest gekregen van kracht, liefde en bezonnenheid (2 Tim. 1:7)
  • Heeft God ons gered en geroepen met een heilige roeping (2 Tim. 1:9; Tit. 3:5)
  • Schaamt Jezus Zich niet mij een broeder/zuster te noemen, omdat ik geheiligd ben en één met Hem die mij geheiligd heeft (Heb. 2:11)
  • Mag ik vrijmoedig voor Gods aangezicht naderen, om barmhartigheid te vinden in tijden van nood (Heb. 4:16)
  • Heeft God mij met kostbare en zeer grote beloften begiftigd, opdat ik deel zou hebben aan de  goddelijke natuur (2 Petr. 1:4)

Hallelujah!!!